Video bekijken

Praktijkvoorbeeld

Hoe zet je ICT zo effectief mogelijk in voor onderwijs aan nieuwkomers?

Steeds meer scholen - zowel reguliere basisscholen als speciale nieuwkomersscholen - krijgen te maken met de instroom van kinderen die hun thuisland zijn ontvlucht, zogenaamde ‘nieuwkomers’. Om hun ontwikkeling te stimuleren, is het van groot belang dat deze kinderen de lesstof in hun eigen tempo en op hun eigen niveau kunnen oefenen.
 

ICT kan hierbij helpen, als het slim wordt ingezet. Op welke manieren dat kan, lees je hier.

Nederland heeft door de vluchtelingencrisis een grote stroom vluchtelingen te verwerken gehad. Nog steeds komen er kinderen naar Nederland, onder andere door gezinsherenigingen. Nieuwkomers hebben net als alle andere kinderen recht op onderwijs. Om hieraan te voldoen, zijn er scholen speciaal voor nieuwkomers opgezet, waar zij zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren om daarna door te stromen naar het regulier basisonderwijs. Ook vangen veel reguliere basisscholen nieuwkomers op, soms in aparte klassen. 

Recht doen aan diversiteit?

Het onderwijs aan deze kinderen is een uitdaging vanwege de grote diversiteit. Sommigen hebben nog nooit op school gezeten, anderen wel. Er zijn kinderen die alleen les hebben gekregen in een niet-Europese taal. Veel kinderen spreken geen Engels. Ook zijn er kinderen die al onderwijs in Nederland hebben gevolgd, maar van de ene naar een andere locatie verplaatst zijn. Er is een continue in- en doorstroom van kinderen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de trauma’s en andere problemen waar veel van de nieuwkomers mee worstelen. 

ICT tot nu toe weinig ingezet

De beste oplossing voor elk kind zou 1 op 1 onderwijs zijn, maar daarvoor ontbreken de middelen. Door handig gebruik te maken van ict is dit grotendeels te ondervangen. Met tablets zouden de kinderen sneller zelfstandig aan de slag kunnen gaan. Ook kan een leerkracht makkelijker de voortgang van een kind monitoren en beter differentiëren.Toch wordt in het nieuwkomersonderwijs tot nu toe hier weinig gebruik van gemaakt. De oorzaak? Er is weinig geschikte software. Ook ontbreekt het vaak aan tijd én kennis over hoe je ict het beste inzet voor deze doelgroep. 

Versnellingsvraag

Om hieraan iets te doen, diende Marieke Postma een versnellingsvraag in. Postma is directeur van een nieuwkomersvoorziening in Haarlem die onderdeel uitmaakt van Stichting Bavo. Zij wilde weten hoe de inzet van ICT voor nieuwkomers zo goed mogelijk kan renderen. “In het nieuwkomersonderwijs liggen natuurlijk enorme kansen voor ICT. Zelfs een leraar die een kei is in differentiëren, kan geen recht doen aan al die verschillende niveaus in één klas.”

Resultaten

Het wil nog niet echt vlotten met  digitale leermiddelen in het nieuwkomersonderwijs. Dit terwijl de behoefte aan differentiatie hier het grootst is. Deze versnellingsvraag maakt duidelijk wat scholen kunnen doen om dit te veranderen. Zo ligt er nu een praktisch stappenplan en kunnen nieuwkomersscholen profiteren van de nieuwste inzichten.
 

Wiki: stappenplan en vragenlijsten

Om digitale leermiddelen vaste voet aan de grond te geven in het nieuwkomersonderwijs, is het nodig om als school niet meteen in het diepe te springen, maar eerst bewust na te denken. Wat is je visie op ICT? Welke deskundigheid heb je nodig om die visie uit te voeren? Welke hard- en software passen daar het beste bij? En hoe zorg je voor een goede ICT-inrichting? Dankzij de wiki Maatwerk voor nieuwkomers met behulp ict krijgen scholen hier grip op. 

Met de handige vragenlijsten in de wiki, gemodelleerd rond het principe van 'plan-do-check-act' krijgen scholen inzicht hoe het met de inzet van ICT gesteld is en wat er op dat gebied nog moet gebeuren. Het concrete stappenplan zorgt dat hun ICT-inzet effectief in beweging komt en blijft. Dat vergroot de kans op succes en voorkomt onnodige investeringen.

Nieuwe versnellingsvraag

Een van de uitkomsten van deze versnellingsvraag is dat actueel digitaal leermateriaal speciaal voor nieuwkomers hard nodig is. Vooral met een doorlopende leerlijn. Huidige leermiddelen zijn vaak verouderd. Zo wordt er in sommige programma’s nog gesproken over 'guldens' en 'cassetterecorders'. En software voor het reguliere basisonderwijs is vaak onvoldoende toegespitst op nieuwkomers. 

Scholen kunnen dit niet alleen oplossen. Daarom heeft deze versnellingsvraag geleid tot een nieuwe versnellingsvraag. Die vraag inventariseert de software-wensen van scholen en onderzoekt de effectiviteit van digitaal leermateriaal. Binnen de context van deze vraag worden ook gesprekken gevoerd met marktpartijen die specifiek op nieuwkomers gerichte software ontwikkelen.

Beheer en inrichting

Tijdwinst bij het nakijken. Kinderen op hun eigen niveau laten oefenen zonder tussenkomst van de leraar. De vorderingen van leerlingen in een mum van tijd controleren. Het is allemaal mogelijk als voldaan is aan twee belangrijke randvoorwaarden: een goed functionerend en stabiel draadloos netwerk in de school én zorgvuldig beheer van de apparaten (back-up, installatie en updates van apps). Dat is een belangrijk inzicht dat deze versnellingsvraag opleverde. Elke school kan dit op zijn eigen manier oplossen, bijvoorbeeld door gericht te kiezen voor Mobile Device Management (MDM).

Bestuurlijk draagvlak

Nog een constatering: om duurzaam aan de slag te gaan met ICT is een structurele financiële stroom nodig. Devices zijn na vier jaar afgeschreven en nieuwe innovatieve digitaal lesmaterialen verschijnen. Dat vraagt om blijvende investeringen in hard- en software. Het schoolbestuur besluit daarover, dus bestuurlijk draagvlak is onontbeerlijk.

Op de agenda

Deze versnellingsvraag heeft ertoe geleid dat bij scholen, schoolbesturen, LOWAN en de PO-Raad de inzet van ICTin het nieuwkomersonderwijs hoog op de agenda staat. Een uitstekende uitgangspositie voor andere praktische uitkomsten, zoals de ontwikkeling van nieuwe software voor deze doelgroep, rondom dit vraagstuk in de nabije toekomst.

Achtergrond

Miniatuurvoorbeeld

Boudien Bakker

LOWAN

Tijdens de grote vluchtelingencrisis van 2015 kwamen er veel mensen uit de conflicthaarden in het Midden-Oosten naar Nederland. Het nieuwkomersonderwijs kreeg na een periode van relatieve rust te maken met een grote instroom van vluchtelingenkinderen. Al snel werd duidelijk dat bestaand lesmateriaal niet langer voldeed aan de huidige eisen.  

Sterk verouderd lesmateriaal

Boudien Bakker ondersteunt vanuit de PO-Raad  LOWAN-PO de organisatie voor ondersteuning onderwijs nieuwkomers: “De lesmethoden voor nieuwkomers zijn sterk verouderd. Hoe dat komt? De markt is te klein voor uitgevers. Daardoor is het voor hen niet aantrekkelijk genoeg om lesmateriaal te ontwikkelen."

Op basisscholen is weinig kennis over het lesgeven aan nieuwkomers

"Dat geldt ook voor digitaal lesmateriaal. Als je ziet wat er op dat terrein allemaal beschikbaar is voor het reguliere basisonderwijs en je vergelijkt dat met het nieuwkomersonderwijs, dan schrik je ervan. Dus gaan leerkrachten zelf lesmateriaal maken of aanvullen. Het knutselgehalte is hoog. Een tijdrovend karwei.”

Behoefte aan differentiatie

Het probleem van het verouderde en te krappe lesmateriaal werd allereerst pijnlijk voelbaar in het nieuwkomersonderwijs, waar de niveauverschillen enorm zijn en de behoefte aan differentiatie groot.  “In het nieuwkomersonderwijs hebben we te maken met een hele diverse populatie”, vertelt Marieke Postma, directeur van de Internationale Taalklas Haarlem en  voorzitter van de werkgroep LOWAN-PO.  “Als leerkracht kun je wel als een kei differentiëren,  maar het is veel makkelijker om ICT daarbij als ondersteuning in te zetten.” Dat vindt Boudien Bakker ook: “als school moet je daarvoor wel ICT vervlechten in het onderwijs. Gestructureerd. Duurzaam. De handreiking van Kennisnet in de vorm van een wikiwijspagina helpt scholen daar echt bij op weg.”

Passend onderwijs

Inmiddels is de problematiek ook doorgedrongen tot het reguliere basisonderwijs. Tot voor kort  kwamen veel vluchtelingenkinderen binnen via de AZC’s in Nederland. Aan elke AZC is een basisschool als azc-school of een taalklas verbonden, waarop de kinderen hun eerste taalonderwijs kregen. Vanuit die positie stroomden de meeste kinderen door naar het reguliere onderwijs. “Maar we zien nu vooral kinderen die binnenstromen in het kader van gezinshereniging.  Zij komen direct terecht op een reguliere school. Deze kinderen spreken dus geen woord Nederlands.”, legt Boudien Bakker uit. “Op de basisscholen is echter weinig kennis over lesgeven aan nieuwkomers. Er moet geïnvesteerd worden in kennis én methoden.”
 
 

Het proces

De Internationale Taalklas in Haarlem is een van de 235 nieuwkomersscholen in Nederland. Directeur Marieke Postma worstelde met de vraag hoe haar school het nieuwkomersonderwijs zo goed mogelijk kon inrichten met ICT. Daarom diende zij een versnellingsvraag in. De vraag werd breed gesteund door andere scholen. 

Pilot met tablets in de klas

Nadat de vraag verder was gespecificeerd en goedgekeurd door de toetscommissie, startten zes betrokken nieuwkomersscholen een pilot met tablets in de klas. Postma: “In het begin van het proces ging er veel tijd en energie op aan discussies over praktische aspecten als het beheer van de tablets. De vraag hoe je goed gebruik maakt van ICT en wat er dan op die tablets moet staan, daar kwamen we maar niet aan toe.”

Bewuste keuzes maken

Om daarin verandering te brengen, organiseerde procesbegeleider Janny Kappert van Kennisnet twee bijeenkomsten over het waarom en het hoe. In de eerste sessie werkte de groep met de ICT-puzzel voor het onderwijs. “Daarmee ontwikkelden ze een eigen visie op onderwijs en ICT. Ook kregen ze helder wat het uitrollen van die visie vraagt van de teams aan deskundigheid”, aldus Kappert. In een tweede sessie werd aan de hand van het Kennisnet Trendrapport nagedacht over welke technologieën ingezet moesten worden. Kappert: “Met behulp van de Hype Cycle van Gartner kunnen scholen bewuste ICT-keuzes maken en bepalen wat het juiste moment is om een bepaalde technologie in te zetten”.  

Van Vier in balans-model naar wiki

De bijeenkomsten gecombineerd met een aantal schoolbezoeken leverden de experts van Kennisnet veel input op over de visie, deskundigheid, inhoud en toepassing en infrastructuur van de scholen. Dit werd verwerkt tot een adviesrapport op basis van het Vier in balans-model. Dit model helpt scholen optimaal rendement te halen uit ICT. Na feedback van de doelgroep werd besloten het adviesrapport te vertalen naar een interactieve wikiwijsmodule. Juist omdat de nieuwkomersscholen grote behoefte hadden aan een praktische tool. “Op de wikiwijspagina is niet alleen informatie te vinden over ict in het nieuwkomersonderwijs, maar deze bevat ook een Plan-Do-Check-Act model. Inclusief vragenlijsten. Daarmee kun je samen met je team scherp krijgen waar je nu staat als school”, vertelt Postma.